Zeven Mysteriën

ZEVEN SACRAMENTEN

Zeven Mysteriën

De Mysteriën – ook wel sacramenten of rozè genoemd, nemen een centrale plaats in binnen de geloofsbeleving van de Syrisch-orthodoxe Kerk. Syrisch-orthodoxe gelovigen belijden dat de Mysteriën geen loutere symbolen of uiterlijke tekens, maar heilige en tastbare handelingen hebben. Deze handelingen zijn door Jezus Christus zelf ingesteld voor de verlossing van geloof. De Mysteriën dragen een werkelijke geestelijke kracht in zich en brengen de genade van God feitelijk tot de gelovige.

1. Het doopsel (Ma'moditho )

De doop is het Mysterië van de tweede geboorte door water en de Heilige Geest. De doop leidt tot vergeving van de zonden en tot deelname aan het leven van genade. In de Orthodoxe Kerk wordt het plechtige doopsel bediend door een priester. De bedienaar doopt de dopeling, doorgaans een zuigeling, in het doopvont met de woorden:
“Ik doop u in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.”

Bijbelse grondslag

Het doopsel vindt zijn grondslag in de Heilige Schrift. In het Oude Testament komt het begrip doop niet expliciet voor, maar het Nieuwe Testament vangt aan met Johannes de Doper, die de doop van bekering en vergeving van zonden verkondigt. Jezus Christus laat Zichzelf dopen door Johannes en ook Zijn discipelen zetten deze dooppraktijk voort. Jezus Christus heeft het Mysterie van de doop zelf ingesteld met de woorden: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest,.” — Mattheüs 28:18–19 . Op de Pinksterdag, na de hemelvaart van Christus, werden ruim drieduizend mensen gedoopt. Deze praktijk werd voortgezet in alle christelijke gemeenten die vervolgens ontstonden.

Eenmaligheid van de doop

De Syrisch-orthodoxe Kerk leert dat wie op de juiste wijze is gedoopt, niet opnieuw gedoopt dient te worden. De apostel Paulus bevestigt dit met de woorden: “Eén Heer, één geloof, één doop.” — Efeziërs 4:5 De doop wordt niet herhaald om de volgende redenen: • De doop is wedergeboorte. Zoals de mens lichamelijk slechts eenmaal wordt geboren, zo kan hij ook geestelijk slechts eenmaal worden wedergeboren. • De doop betekent deelhebben aan de dood en de opstanding van onze Heer Jezus Christus. Jezus stierf eenmaal en is ook eenmaal uit de dood opgestaan.

2. Myronzalving (Murun Qadisho )

De Myronzalving is het Mysterie waarin wij de gave van de Heilige Geest ontvangen. Dit Mysterie gaat terug  tot het moment waarop de Heilige Geest in de gedaante van een duif neerdaalde op onze Heer Jezus Christus, nadat Hij door Johannes de Doper in de Jordaan was gedoopt. Dit moment vormt het Bijbelse uitgangspunt voor het Mysterie van de Myronzalving.

De Myronzalving is onafscheidelijk verbonden met het doopsel. Het is een bevestiging van de gelovige in het nieuwe leven. Om de Heilige Geest te kunnen ontvangen, is het belangrijk om de Myronzalving toegediend te krijgen.

 

 

3. De biecht (Tyobutho)

Hoewel de gelovige door het Mysterie van het doopsel is wedergeboren en door de Myronzalving de Heilige Geest heeft ontvangen, betekent dit niet dat hij of zij niet meer kan zondigen. De Heilige Schrift leert dat zelfs de grootste heiligen hebben gezondigd. Abraham, Mozes, Petrus en Johannes hebben, ondanks hun heiligheid, tekortgeschoten. Juist daarom is het Mysterie van de biecht ingesteld: opdat de mens bevrijd zou worden van zijn zonden en opnieuw in gemeenschap met God zou leven.

In de vroege Kerk biechtten gelovigen hun zonden openbaar in het bijzijn  van de apostelen. Dit dienstwerk werd later toevertrouwd aan de bisschoppen en priesters, die als herders direct in contact staan met de gelovigen. De biecht wordt daarom afgelegd bij een priester en, indien nodig, bij een bisschop.

De inhoud van een ware biecht

Een oprechte biecht omvat de volgende elementen:

  • Berouw en bekering: oprecht verdriet en spijt over de begane zonden.
    “Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden.”
    — Handelingen 3:19
  • Het vaste voornemen de zonden niet opnieuw te begaan.
  • Geloof in Gods genade en vergeving: vertrouwen dat God daadwerkelijk vergeeft.
  • Belijdenis bij de priester: het uitspreken van de zonden, in het bijzonder die zonden die macht uitoefenen over het leven van de gelovige.

Het biechten bij de priester heeft twee wezenlijke doelen:

  • het ontvangen van vergeving van alle zonden door God;
  • het verkrijgen van geestelijke leiding en raad om verleidingen te overwinnen en een leven te leiden dat dichter bij God staat.

Na de volledige belijdenis spreekt de priester de absolutiewoorden uit, waaronder:
“Moge Christus je vergeven.”

4. De Eucharistie (Qurbono)

De Eucharistie vormt het hart van de eredienst in de christelijke Kerk en geldt als het hoogtepunt van de christelijke verering. Door de eeuwen heen heeft de Kerk dit Mysterie beschouwd als de hoogste en meest volmaakte handeling van de liturgie. Het woord eucharistie betekent “dankzegging” en  is de ware aanwezigheid van het Lichaam en Bloed van Jezus in de gedaante van brood en wijn.

Zichtbare tekeningen geestelijke werkelijkheid

In dit Mysterie zijn twee zichtbare tekenen aanwezig: brood en wijn. Deze zichtbare elementen dragen een diepere, geestelijke werkelijkheid in zich. Tijdens de viering van de Eucharistie zijn met name de gebeden van aanroeping van de Heilige Geest van wezenlijk belang. Door deze gebeden daalt de Heilige Geest neer op het brood en de wijn en veranderen zij werkelijk in het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus.

The Eucharistic Bread

Het brood dat in de Eucharistie wordt gebruikt, dient gezuurd te zijn en vervaardigd uit zuivere tarwe. Dit sluit aan bij de wijze waarop het Mysterie oorspronkelijk werd ingesteld, in een context waarin gezuurd brood werd gegeten. Telkens wanneer in de Schrift en in de liturgie wordt gesproken over “brood”, wordt hiermee gewoon, gezuurd brood bedoeld. De apostel Paulus zegt namelijk in zijn eerste brief aan de Korintiërs:

ܡܶܛܽܠ ܗܳܢܳܐ ܢܶܥܒܶܕ ܥܰܕܥܺܕܳܐ܆ ܠܳܐ ܒܰܚܡܺܝܪܳܐ ܥܰܬܺܝܩܳܐ܁ ܘܠܳܐ ܒܰܚܡܺܝܪܳܐ ܕܒܺܝܫܽܘܬܳܐ ܘܰܕܡܰܪܺܝܪܽܘܬܳܐ܇ ܐܶܠܳܐ ܒܰܚܡܺܝܪܳܐ ܕܕܰܟܝܽܘܬܳܐ ܘܰܕܩܰܕܺܝܫܽܘܬܳܐ܀

De Syrische Peshitta vertaald dit als:

“Laten we daarom de viering niet houden met de oude zuurdesem of met de zuurdesem van slechtheid en bitterheid, maar met de zuurdesem van zuiverheid en heiligheid.”.

Het eucharistisch brood bestaat uit vijf ingrediënten: zuiver tarwemeel, water, zout, olie, gist

Deze eenvoud onderstreept de heiligheid van het Mysterie: het alledaagse wordt door de werking van de Heilige Geest tot drager van het goddelijke mysterie.

5. Ziekenzalving (Qandelo)

De ziekenzalving is het Mysterie waarbij de priester het lichaam van de zieke zalft, terwijl hij God aanroept om Zijn genade, genezing en barmhartigheid. Dit Mysterie richt zich zowel op het lichamelijk als op het geestelijk welzijn van de gelovige en vormt een bron van troost, kracht en hoop in tijden van ziekte.

Tekenen van het Mysterie

Binnen de ziekenzalving zijn twee wezenlijke tekenen te onderscheiden: 1. De olie, waarmee de zieke wordt gezalfd. Deze olie wordt vooraf gewijd door de Kerk door middel van vastgestelde gebeden en ontvangt daarmee een sacramentele betekenis. 2. De gebeden, die tot God worden gericht voor de genezing van de zieke. De Kerk heeft hiervoor specifieke gebeden vastgesteld. Daarnaast worden tijdens de ziekenzalving gedeelten uit de Heilige Schrift gelezen.

Bijbelse grondslag

Het Mysterie van de ziekenzalving vindt zijn grondslag in de Heilige Schrift, met name in de Brief van de apostel Jacobus: “Is iemand onder u ziek? Laat hij dan de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen en laten die voor hem bidden en hem met olie zalven in de Naam van de Heere. En het gelovige gebed zal de zieke behouden en de Heere zal hem weer oprichten. En als hij zonden gedaan heeft, zal hem dat vergeven worden. ” — Jakobus 5:14–15 Deze woorden onderstrepen dat de ziekenzalving niet alleen gericht is op lichamelijke genezing, maar ook op vergeving, innerlijke heling en herstel van de gemeenschap met God.

6. Het huwelijk (Zuwogo)

De viering van het Mysterie van het huwelijk is de heilige dienst waarin bruidegom en bruid met elkaar worden verenigd en de goddelijke genade ontvangen die hun echtverbintenis heiligt, voltooit en geestelijk maakt. Deze vereniging weerspiegelt de mystieke band tussen Christus en Zijn Kerk.

Het huwelijk is een Mysterie van groot gewicht. Niet alleen het leven van twee personen wordt hierdoor geraakt, maar ook het gezin, de samenleving, de Kerk en het Koninkrijk van God.

Doel van het Mysterie

Het sacrament van het huwelijk heeft de volgende functies:

  • het heiligen en vergeestelijken van de huwelijksvereniging;
  • het ondersteunen van man en vrouw om in een blijvende, onverbrekelijke eenheid samen te leven en niet uiteen te gaan.

Verplichtingen van man en vrouw

Voor het ontvangen van dit Mysterie gelden de volgende voorwaarden:

  • beide partners dienen christen te zijn, aangezien de genade van Christus binnen het Mysterie aan christenen wordt geschonken;
  • beide partners dienen uit vrije wil en met de oprechte wens met elkaar in het huwelijk te treden.

Bediening van het Mysterie

De bediening van het Mysterie van het huwelijk is toevertrouwd aan de priesters van de Kerk. Ook bisschoppen zijn bevoegd dit sacrament toe te dienen.

7. Priesterschap (Kohnutho)

Het priesterschap is het Mysterie waardoor personen worden gewijd tot de geestelijke ambten, om de heilige diensten van de Kerk te verrichten en de Mysterieën te bedienen. Door dit Mysterie ontvangt de geestelijkheid de genade en de volmacht om in dienst van God en de Kerk te staan.

 

Grondslag van het priesterschap

Het priesterschap vindt zijn oorsprong in Jezus Christus Zelf, die dit Mysterie heeft ingesteld door Zijn apostelen te roepen, hen te zenden en hen te bekleden met geestelijk gezag. Deze apostolische opdracht is door de Kerk doorgegeven van generatie op generatie.

Zichtbare tekenen van het Mysterie

Binnen het priesterschap zijn twee zichtbare tekenen te onderscheiden:

  • De handoplegging, waarvan de Heilige Schrift getuigt dat zij werd toegepast bij de wijding van bisschoppen, priesters en diakenen.
  • De gebeden van de consecratie, waarin de Kerk God aanroept om de Heilige Geest te laten neerdalen op degene die wordt gewijd.

De drie graden van het ambt

De Heilige Schrift onderscheidt drie graden binnen het wijdingsambt:

  • De bisschop: de hoogste graad van het ambt. De Bijbel geeft uitvoerige richtlijnen voor de keuze en verantwoordelijkheid van bisschoppen, die als herders en bewakers van het geloof optreden.
  • De priester: bevoegd om zes van de zeven Mysterieën toe te dienen en alle kerkelijke plechtigheden te vieren. Daarnaast heeft de priester de taak te onderwijzen en te prediken.
  • De diaken: niet bevoegd om Mysteriën toe te dienen, maar geroepen om de bisschop en priester bij te staan. De diaken assisteert bij het uitreiken van de Heilige Communie, draagt zorg voor orde in de kerk, leest gedeelten uit de Heilige Schrift en verricht de diensten die hem worden opgedragen.

Vereisten voor het priesterschap

Degenen die worden gekozen voor het geestelijk ambt dienen:

  • zeker te zijn dat hun roeping van God afkomstig is;
  • een voorbeeldig christelijk leven te leiden voor de gemeente;
  • grondig onderlegd te zijn in de Heilige Schrift en in de leer van de Kerk.

Notitie over de Mysteriën

De eerste vier Mysteriën zijn verplicht voor iedere gelovige. Het Mysterie van het huwelijk is niet noodzakelijk voor de verlossing, maar wel verplicht voor de vorming van het gezin en de voortplanting. Het priesterschap is onmisbaar voor de continuïteit van de Kerk, aangezien het de toediening van alle andere Mysteriën mogelijk maakt.