MARIA, DE MOEDER GODS
Maria, de Moeder Gods
Maria, de Moeder Gods, wordt in de Heilige Schrift genoemd als de moeder van Jezus Christus en de echtgenote van Jozef. De meeste Bijbelse gegevens over Maria zijn te vinden in het Evangelie volgens Lucas. Daar wordt verhaald hoe de engel Gabriël haar van Godswege begroet als de begenadigde en haar verkondigt dat zij op maagdelijke wijze de moeder zal worden van de door Israël verwachte Messias (Lucas 1:26–38).
De uitverkiezing van Maria
Tijdens haar bezoek aan haar bloedverwante Elisabeth prijst Maria God in haar lofzang, het Magnificat (Mawerbo). In deze lofzang toont zij zich diep bewust van haar uitverkiezing door God:
“Alle geslachten zullen mij zalig prijzen om de grote dingen die God aan mij heeft gedaan.”
— Lucas 1:48–49
Jozef, die aanvankelijk in pijnlijke onzekerheid verkeerde over Maria’s zwangerschap, werd door de verschijning van een engel gerustgesteld en ontving de bevestiging dat het kind door de Heilige Geest was verwekt (Mattheüs 1:18–25).
Maria in het openbaar leven van Christus
Bij het begin van Jezus’ openbaar optreden is Maria aanwezig bij de bruiloft te Kana. Na een in bedekte bewoordingen gedaan verzoek van Zijn moeder verricht Jezus daar Zijn eerste wonder (Johannes 2:1–11).
Tijdens het verdere openbare leven van Christus treedt Maria slechts zelden op de voorgrond. Zij staat echter onder het kruis op Golgotha, waar de stervende Jezus haar toevertrouwt aan de apostel Johannes, die haar in zijn huis opneemt (Johannes 19:25–27).
Feestdagen ter ere van de Moeder Gods
Binnen de Syrisch-orthodoxe Kerk worden de volgende herdenkingen en feestdagen met betrekking tot Maria gevierd.
15 januari – Feest van de Moeder Gods over de zaden (dYoldath Aloho dZar‘e)
25 maart – Annunciatie Verkondiging aan de Moeder Gods (Suboro dYoldath Aloho)
15 mei – Feest van de Moeder Gods over de aren (dYoldath Aloho dSheble)
15 augustus – Ontslapenis van de Moeder Gods (Shunoyo dYoldath Aloho)
8 september – Geboorte van de Moeder Gods (Mawlodo dYoldath Aloho)
26 december – Verheerlijking van de Moeder Gods (Qulose dYoldath Aloho)
Het leven van Maria volgens de Evangeliën
In verband met een door keizer Augustus uitgeschreven volkstelling reisde Jozef met Maria naar Bethlehem. Daar baarde zij haar Zoon, Jezus Christus (Lucas 2:4–7).
Bij de opdracht van Jezus in de tempel, op de veertigste dag na Zijn geboorte, sprak de oude Simeon profetische woorden tot Maria en kondigde aan dat een zwaard haar ziel zou doorboren (Lucas 2:34–39). Kort daarop moest Jozef met Maria en het Kind vluchten naar Egypte om te ontkomen aan de vervolging van koning Herodes. Na verloop van tijd keerden zij terug en vestigden zich in Nazareth (Mattheüs 2:13–23).
Wanneer Jezus twaalf jaar oud is, raakt Hij tijdens een pelgrimage naar Jeruzalem zoek. Maria vindt Hem later terug in de tempel, waar Hij spreekt met de leraren (Lucas 2:41–50).
Maria als Moeder Gods in de Kerk
Binnen de Kerk wordt Maria vereerd als de Moeder Gods (Theotokos, Syrisch: Yoldath Aloho, God-baarster). Deze titel belijdt dat zij de moeder is van Jezus Christus, de ware God en ware mens, en werd dogmatisch bevestigd tijdens het Concilie van Efeze (431).